Hoofdmenu openen
Rupertiweg
KBHFa Bärenstein
BS2+lBS2+r Pany-Haus
HSTSTR Liebesfelsen
BS2lBS2r Aigen im Mühlkreis
HST Schlägl
HST Oberkappel
HST Niederranna
BRÜCKE Donaubrug
BS2+lBS2+r Mittelbach
HSTHST Schardenberg, Andorf
HSTSTR Braunau am Inn, Hausruck
BS2lBS2r Ostermiething
HST Nußdorf am Haunsberg
BS2+lBS2+r Salzburg Maria Plain
HSTHST centrum Salzburg, Gaisberg
BS2lBS2r Salzburg Glanegg
HST Hochthron
HST Berchtesgaden
TRAJEKT Königssee
STR Steinernes Meer
HST Maria Alm
HST Taxenbach
HST Bad Hofgastein
HST Sportgastein
HST Mallnitz
STR Reißeckgebergte
HST Spittal
BRÜCKE Drau
HST Goldeck
BRÜCKE Weissensee
HST Naggler Nock
HST Hermagor
KBHFe Naßfeld

Rupertiweg is in Oostenrijk.

De Rupertiweg, officieel de Oostenrijkse langeafstandsroute ("Weitwanderweg") 10 begint op de berg Bärenstein, in de buurt van het drielandenpunt met Duitsland en Tsjechië. Hij loopt noord-zuid via Salzburg en Spittal an der Drau naar de Italiaanse grens ten Zuiden van Hermagor. De gebruikelijke naam is Rupertiweg naar de eerste bisschop van Salzburg, Rupert (eigenlijk Hruodpert), een rooms-katholiek heilige die rond 700 leefde.

De route is een van de negen wandelroutes die heel Oostenrijk doorkruisen (nummer 6 staat voor een netwerk van kortere routes die alle naar het bedevaartsoord Mariazell leiden). Al deze routes worden gecoördineerd door de Sektion Weitwanderer van de Österreichischer Alpenverein (ÖAV) [1]. De sectie, die vergelijkbaar is met het Wandelnet in Nederland, houdt op haar (Duitstalige) website tijdelijke en recente veranderingen in de route bij en geeft jaarlijks een gidsje met kaartjes, routebeschrijving en hoogtegrafieken uit, waarin ook basisinformatie over horeca en openbaar vervoer is te vinden (Sektion Weitwanderer der ÖAV: Osterreichischer Weitwanderweg 10 (Rupertiweg), vom Böhmerwald zu den Karnischen Alpen. Geen ISBN; het gidsje kan worden besteld via de website). De ruim 500 kilometer lange Rupertiweg is in zijn geheel opgenomen in de Europese Wandelroute E10.

Hruodpert van Salzburg

KarakterBewerken

De Rupertiweg loopt achtereenvolgens door de Oostenrijkse deelstaten Opper-Oostenrijk (Oberösterreich), Salzburg of Salzburgerland, de Duitse gemeenten Berchtesgaden en Schönau am Königssee, opnieuw Salzburgerland en tenslotte Karinthië om op de Italiaanse grens te eindigen. De route wordt geacht 25 dagetappes te tellen, maar dat is mede afhankelijk van de persoonlijke conditie. Wat men per dag af kan of moet afleggen, wordt echter meestal bepaald door het voorhanden zijn van logies of openbaar vervoer.

De Rupertiweg is in het veld gemarkeerd op de wijze die in Oostenrijk gebruikelijk is: rood-wit-rood (de kleuren van de nationale vlag) langs alle goed beloopbare paden; wit-rood-wit langs paden die ervaring met bergwandelen vereisen. Dit brengt met zich mee dat op een knooppunt van routes alle paden en wegen uitbundig op dezelfde wijze gemarkeerd zijn. Om de verschillende routes te kunnen onderscheiden, worden wegnummers gebruikt (die helaas niet altijd aanwezig zijn; een kaart of gids is onontbeerlijk). Om de 10 van de Rupertiweg te kunnen onderscheiden van een eventuele lokale wandelroute 10 (daarvan zijn er vele), wordt voor de 10 een cijfer geplaatst, dat kenmerkend is voor het gebergte of de streek waar men is. Zodoende begint de Rupertiweg als Weg 110, wordt dan 810, daarna 410, dan weer eens 110, enzovoort. Het gaat hier steeds om de zelfde route!

VeiligheidBewerken

Oostenrijkers kijken anders tegen wandelen aan dan Nederlanders en Vlamingen. Tussen wandelen in vlak of heuvelachtig terrein en bergwandelen wordt geen onderscheid gemaakt. In de Rupertiweg komen stukken voor die voor wandelaars zonder ervaring met hooggebergte te gevaarlijk zijn. Dergelijke trajecten worden in het gidsje en op detailkaarten niet als "gefährlich" (gevaarlijk) aangeduid, maar als "schwer" (moeilijk), "schwierig" (moeilijk) of "anspruchsvoll" (ambitieus). Soms wordt daarbij uitgelegd dat men "schwindelfrei" en "trittsicher" moet zijn, wat inhoudt dat men geen last van duizelingen moet hebben (ook niet van hoogtevrees) en vast op zijn benen moet staan - ook als men zich over een gladde en vrijwel verticale gras- of gruishelling moet verplaatsen. Dit is iets dat men in de bergen moet leren onder deskundige leiding.

Gelukkig laten dergelijke gevaarlijke stukken zich op de Rupertiweg gemakkelijk vermijden. De eerste paar honderd kilometer van de route zijn niet meer dan pittig heuvellandschap. Meteen na Salzburg gaat het dan steil en lang omhoog, maar hiervoor is alleen uithoudingsvermogen vereist - en goed weer. Dat blijft zo (jammer genoeg is goed weer niet iets waarop men in Salzburg en de Alpen kan rekenen!) tot voorbij Mallnitz. Wandelaars zonder bergervaring moeten zich echter na Mallnitz niet aan de tocht over het Reißeckgebergte gaan wagen; een ritje met de Reißeckbahn biedt een alternatief. Vanaf de Reißeckhütte kan men dan bij goed weer veilig verder lopen.

Voor het gehele traject na Salzburg geldt dat men bij slecht weer niet op pad moet gaan. Hevige storm en regen, plotseling opkomend onweer, sneeuw en ijzel zijn allemaal gevaren die ongekende dimensies kunnen aannemen in vergelijking met wat je in Nederlandstalige streken gewend bent. Mist is er niet alleen onaangenaam, maar leidt er ook vaak toe dat wandelaars verdwalen en moeten worden gered.

 
Een teek is kleiner dan de kop van een lucifer

Een ander groot gevaar schuilt in een bijna onzichtbaar klein diertje: de teek. Teken kunnen (in wisselende mate; in sommige streken is bijna 100 % van de teken besmet) dragers zijn van twee levensgevaarlijke parasieten. Teken leven in bosrijke gebieden en in hoog gras en dergelijke. In de bossen langs de Rupertiweg komt de ziekte van Lyme voor, die door tekenbeten wordt verspreid. Tegen deze ziekte kan men zich niet vaccineren, maar men moet zich elke avond (laten) controleren op de aanwezigheid van teken. Is men eenmaal besmet, dan is een kuur met antibiotica noodzakelijk. De andere tekenparasiet komt eveneens in de lager gelegen terreinen langs de gehele route voor en veroorzaakt de ziekte FSME, een vorm van hersenvliesontsteking. Deze ziekte kan niet met medicijnen bestreden worden; daarom dient men zich voor de reis met een drietal injecties te vaccineren. Boven een hoogte van circa 2000 meter komt de teek niet voor en bestaat dus geen infectiegevaar.

Andere gevaren langs de route zijn gering; giftige slangen waarop je zou kunnen trappen voordat je ze ziet, vormen dan nog het grootste risico. Wilde zwijnen en ander groot wild zijn in de regel schuw en leven nauwelijks langs de Rupertiweg. Rabies (hondsdolheid) komt voor onder in het bos levende dieren, maar is zeldzaam.

Naar de startBewerken

 
Het marktplein van Aigen-im-Mühlkreis

Weitwanderweg 10 begint officieel op de top van de Bärenstein, een 1077 m hoge berg in het noordwesten van Oostenrijk. De route daalt in twee varianten af naar de dubbelstad Aigen-Schlägl (600 m), wat in de praktijk betekent dat wandelaars vanaf het station van Aigen-im-Mühlkreis volgens de ene variant omhoog en via de andere terug omlaag lopen. Dat station heeft een rechtstreekse treinverbinding met de stad Linz, maar in die stad moet men vanaf het hoofdstation een stukje met de tram om bij het Urfahr-station te komen waar de trein naar Aigen-Schlägl vertrekt. De website van de Oostenrijkse spoorwegen [www.OeBB.at] geeft alle treinverbindingen vanaf stations in Europa en Aziatisch Rusland, alsmede alle Oostenrijkse busverbindingen. Vliegvelden in de omgeving zijn die van Linz, Salzburg en München.

Opper-Oostenrijk (190 of 199 km)Bewerken

De naam "Opper-Oostenrijk" kan voor Vlamingen en Nederlanders misleidend zijn: Het handelt hier zeker niet om de hoogste delen van de staat Oostenrijk. Het landschap is eerder te beschrijven als een hoog gelegen heuvelgebied, even geaccidenteerd als de Eifel. Dat men hoogten van meer dan 1000 m bereikt, komt doordat het hele gebied tamelijk hoog ligt. Het "Land" (de Duitse term voor een deelstaat) Opper-Oostenrijk is grotendeels in cultuur gebracht; men loopt er meestal tussen akkers en weilanden met verspreide boomgroepen. Ostermiething is de laatste plaats in Oberösterreich aan de Rupertiweg. De route in Oberösterreich is ingetekend op de kaarten 262, 432 en 431 van Freytag-Berndt en 202 en 201 van Kompass.

Vanaf Aigen-im-Mühlkreis loopt de Rupertiweg, gemarkeerd met 110, via Oberkappel naar Niederranna waar zij de Donau oversteekt over de enige Donaubrug die het gebied rijk is. Vroeger bestond tussen Oberkappel en Niederranna een variant (Weg 110A), maar deze is wegens toenemende asfaltering en verkeersdrukte afgeschaft. Na de Donau-oversteek klimt de route, nu Weg 810, naar het dorp Mittelbach, waar zij zich (na 58 km) splitst.

De hoofdroute gaat als Weg 810 verder naar het zuiden om over Andorf en Pram de heuvelrug Hausruck te bereiken. Nu volgt een boswandeling van enkele dagen waarbij nauwelijks gelegenheid bestaat om boodschappen te doen of onderdak te vinden. Uiteindelijk bereikt men bij het pelgrimsoordje Maria Schmolln open land met vergezichten tot de Alpen. Langs de stad Mattighofen, waarvan het oude centrum ten onrechte niet wordt aangedaan, loopt de Rupertiweg in zuidwestelijke richting verder via het hoogveengebied Ibmer Moor bij Moosdorf naar Ostermiething aan de Salzach, waar de beide varianten zich verenigen. Vanaf Mittelbach is het 132 km tot Ostermiething.

De andere variant telt 141 km en loopt als Weg 810A van Mittelbach via Schardenberg bij de stad Passau naar Wernstein aan de Inn en volgt deze rivier stroomopwaarts. Daarbij worden aantrekkelijke oude stadjes zoals Schärding, Reichersberg en Braunau aangedaan en krijgt men een onverwacht mooi uitzicht op het Duitse Burghausen. De steden en enkele kastelen maken goed dat de wandelroute langs de rivier op den duur wat saai wordt. Wel mooi is de samenvloeiing van Inn en Salzach bij Überackern, maar daarna volgt een lang recht stuk naar Ostermiething.

Salzburgerland en Berchtesgaden (220 of 230 km)Bewerken

Voor de route door het Salzburger Land kan men gebruik maken van de kaarten (1:50.000) 391, 102, 103 en 191 van Freytag-Berndt of van de Kompass-kaarten (1:50.000) 291 en 40; Kompass-kaart 040 geeft het Gasteiner gebied in meer detail (1:25.000) weer. Op al deze kaarten staat de Rupertiweg ingetekend als Weg 810, 410 of 110, alsmede de variant Weg 110A langs Bad Hofgastein.

 
Salzburg gezien vanaf de Gaisberg

In de deelstaat Salzburg zet het open heuvellandschap zich aanvankelijk voort. De route volgt de Salzach over de dijk langs de uiterwaarden tot een standbeeld van de heilige Nepomuk, dat hoog boven de rivier uit torent en des te meer ontzag inboezemt op wie met de Rupertiweg alle trappen opklautert. Hier verlaat Weg (8)10 de rivier definitief om via Nußdorf am Haunsberg naar het Salzburger pelgrimsoord Maria Plain te kronkelen. Hier (op 530 m hoogte) splitst de Rupertiweg zich in twee varianten die zich goed laten overzien. Naar links klimt de Gaisbergvariant naar de veel hogere top van de Gaisberg (1288 m). Deze variant, 26 km lang, biedt bij goed weer prachtige uitzichten in alle richtingen en vermijdt de drukte van de grote stad. Naar rechts daalt de 16 km lange stadsvariant terug naar de Salzach om dwars door het historische centrum van de stad Salzburg het eerste hooggebergte zo snel mogelijk te bereiken, of juist enige dagen pauze te houden in een stad met vele culturele hoogtepunten.

In Salzburg verandert de markering van Weg 10, zodat de varianten die als 810 uit elkaar zijn gegaan, als 410 weer bij elkaar komen, en wel in Glanegg, even ten zuiden van Salzburg. Belangrijker is dat het karakter van de Rupertiweg hier verandert in een alpine route. Weg 10 stijgt nu namelijk, samen met een variant van de Voralpenweg (Oostenrijkse Weg 04, hier gemarkeerd 404A), naar de kam van de Salzburger Hochthron en de Berchtesgadener Hochthron, een steile klim van 1400 hoogtemeters. Bovenop bieden enkele berghutten maaltijden en onderdak. Met een steile afdaling van 1300 meter hoogteverschil wordt het Duitse Berchtesgaden bereikt, dat in het hoogseizoen overvol met toeristen is. Een boottocht over de Königssee (op de steile oevers zijn alleen enkele alpine paden te vinden) naar Sankt-Bartholomä brengt nog niet onmiddellijk rust, maar de lange klim (1500 m omhoog) naar het Steinernes Meer (geen meer, geen zee, maar een uniek maanlandschap van rotsen en losse brokken steen) uiteindelijk wel. Na het Riemannhaus (overnachten mogelijk) gaat het dan weer steil omlaag (alpine ervaring wenselijk; wie last heeft van hoogtevrees dient deze etappe te vermijden) naar het mondaine Maria Alm op 800 m hoogte.

De Rupertiweg voert dan verder zonder grote problemen over de Hundstein (2100 m; overnachten is bovenop mogelijk met bij goed weer een grandioos uitzicht) naar Taxenbach (hotel) en (nu gemarkeerd als Weg 110) door de spectaculaire Kizlochklamm (700 m) naar het toeristische Rauris. Na een volgende klim, naar de Seebachscharte (2000 m) komt men in het Gasteiner dal aan. Van oudsher loopt de Rupertiweg hier door het dorp Breitenberg en door het uitgestrekte Bad Hofgastein, maar deze agglomeratie laat zich vermijden door vanaf de Biberalm (overnachten mogelijk) de alternatieve Weg 110A te volgen. Deze komt bij het station Angertal, niet ver van enkele supermarkten, weer met Weg 110 samen. De Rupertiweg stijgt nu geleidelijk door het Angertal langs enkele traditionele zomerboerderijen waar overnacht kan worden, tot ruim 2200 m en daalt dan circa 650 m naar Sportgastein, waar zich (met name 's winters) het sportieve deel van het Gasteiner toerisme afspeelt. Langs tal van hotels, hutten en zomerboerderijen klimt de Rupertiweg nu de deelstaat Salzburg uit.

Karinthië (119 km)Bewerken

 
Mallnitz en het Tauerndal

De Rupertiweg komt de deelstaat Karinthië binnen bij de Hagener Hütte (2448 m; maaltijden en overnachting mogelijk) boven het bergtoeristendorp Mallnitz (1191 m), dat met een lange afdaling door het dal van de Tauern en langs de Jamnighütte (maaltijden en overnachting mogelijk) wordt bereikt. Mallnitz heeft niet alleen pensions, hotels en appartementen, maar ook een vooral voor kinderen interessant bezoekerscentrum van het Natuurpark Hohe Tauern, het BIOS. Hier verandert de markering van Weg 110 in Weg 510; de rood-wit-rode verfstrepen blijven hetzelfde. Ter hoogte van de Raiffeisenbank en de bushalte in het centrum van Mallnitz slaat de Rupertiweg linksaf om na een brug over een bergbeek een smalle weg naar rechts te kiezen. Na een tunneltje onder een spoorbaan slaat de route rechtsaf. Achter het station van Mallnitz-Obervellach (dat van deze kant niet bereikbaar is) gaat ze over een smal paadje, later een stukje asfaltweg, dan een grintweg en tenslotte over een smal maar goed beloopbaar bergpad omhoog naar het Arthur-von-Schmid-Haus en het Reißeckmassief. Tot het Arthur-von-Schmid-Haus (een berghut op 2275 m waar je kunt eten en slapen) is de route goed te doen, ook bij regen. Boven de hut, achter het meer ligt een Blockgletscher, d.w.z. een gletscher die 's winters uit een mengsel van ijs en stenen bestaat en langzaam (2 cm per jaar) omlaag glijdt, maar in de zomer, als al het ijs gesmolten is, alleen uit stenen en gruis bestaat en stilligt.

Na het Arthur-von-Schmid-Haus is voor de officiële Rupertiweg niet alleen een ruime ervaring met bergwandelen vereist, maar ook een prima conditie en uitgesproken goed weer (bij onweer kun je geen kant op!). Voor de volgende etappe staat namelijk 9 uur, zonder mogelijkheid om tussendoor onderdak te vinden. Je loopt er voortdurend boven de boomgrens en stijgt tot 2780 m hoogte. Er is slechts zelden beschutting te vinden als het weer omslaat. Bovendien is het terrein uitgesproken alpien en vaak gevaarlijk (steile gruishellingen, sneeuw, rotsen). Wie geen alpiene ervaring heeft, dient hier terug omlaag te gaan! Voor wie voor het traject over het Reißeckmassief terugschrikt, is er gelukkig een in het gidsje van Kompass-kaart 49 beschreven alternatief: De Oberkärtner Dreischluchtenweg. Hiervoor zul je eerst terug moeten lopen naar het Dösener Tal en dan de asfaltweg omlaag moeten volgen totaan Haus Siegelbrunn naast de spoorbaan. Even voorbij dit pension begint de Drieklovenweg naar links door de Rabischschlucht naar Lassach-Schattseite. Dan steekt de route het dal over naar Lassach-Sonnseite en loopt door de Groppensteinschlucht naar Obervellach (687 m, eten en slapen mogelijk, bushalte). Vlak voor je het dorp bereikt kun je derde kloof, de Raggaschlucht, bekijken. Daarna loop je door de schilderachtige hoofdstraat van Obervellach, aan het einde linksaf omhoog en over rustige weggetjes verder naar de ruïne van Oberfalkenstein. Met een bocht ga je tweemaal onder een spoorviaduct door, onder de ruïne langs, en daal je af naar Obergratschach (hotel-restaurants, bushalte). Zodra je in Untergratschach de doorgaande weg bereikt, sla je scherp linksaf en even later rechgtsaf een ongemarkeerde veldweg naar het gehucht Gappen. Aan het einde van de bebouwing bereik je opnieuw de verkeersweg die je nu over ongeveer een kilometer volgt tot je linksaf Penk in kunt gaan. Deze weg brengt je tot in Oberkolbnitz (620 m, bedden en eten in overvloed).

Hier kun je met de Reißeck-Standseilbahn en de Reißeck-Höhenbahn zonder moe te worden omhoog naar Hotel Reißeck en de Reisseckhut (eten en slapen op 2287 m). Sportiever is het natuurlijk om de plaatselijke Weg 1 (later Weg 572) langs de Zandlacher Hütte (1527 m; 's zomers overnachting mogelijk) en de beide Mooshütten (2380 m) op te gaan; je komt dan iets eerder terug op de Rupertiweg, maar heeft toch het gevaarlijkste deel van de Reißeck-oversteek ontweken. Maar ook na het bergstation van de Reißeckbahnen, het Hotel Reißeck en de Reißeckhütte volgt weer een lastige klauterpartij onderlangs de Hohe Leier, zodat het niet iedereen gegeven zal zijn om langs deze route Spittal an der Drau te bereiken. Wel loont het ook voor hen om naar boven te gaan, omdat er veel te zien is: niet alleen grandioze uitzichten, maar ook de indrukwekkende techniek van een stuwmeer op grote hoogte en een spoorwegnet dat het halve jaar met sneeuw, ijs en lawinegevaar moet kampen.

Even beneden het grondstation van de Reißeckbahnen loopt een asfaltweggetje naar rechts (naar het westen) weg. Na een kruising met een wat grotere weg kun je linksafslaan en de Stauseerundweg volgen langs het Kraftwerk Rottau. meteen hierna houd je links aan en bereik je bij een spoorviaduct de wandelweg naar en door de Barbarossaschlucht waarin een oude overlevering uit de doeken wordt gedaan. Boven de voorlopig laatste rustplaats van Barbarossa brengt wandelroute 7 (scherp rechtsaf) je naar Göriach (eten en slapen beperkt mogelijk in een boerenherberg die nog net zo is ingericht als een eeuw geleden). Een verharde binnenweg brengt je via Stöcklern (links aanhouden) naar een voetpad door het bos langs de Wunderblumen. Sla je daarna op een verharde weg rechtsaf, dan kom je door het bovendorp van Lendorf. Op het kruispunt ga je rechtdoor en in het benedendorp neem je rechtdoor het tunneltje onder de drukke verkeersweg (ook hier is horeca, en bovendien een frequent bediende bushalte). Even na het tunneltje kies je links een rustig weggetje (wandelroute 12) dat zich langs de spoorbaan vleit en als bospad uitkomt bij de opgravingen van de Romeinse stad Teurnia (spreek uit: Teoernia). Volg je de asfaltweg naar het oosten en noorden, dan vind je, na in het dorpje Peter im Holz (restaurants) de verkeersweg te zijn overgestoken, de markering (510) van de Rupertiweg terug. Die volg je over een bospad naar rechts Spittal an der Drau in (winkels, restaurants, hotels, jeugdherberg, bus- en treinstation).

In de duizenden jaren oude stad Spittal an der Drau herinnert een museum aan het verre verleden, maar meer nog doen dat de uitgebreide opgravingen in de omgeving. Behalve het al genoemde Teurnia zijn er Museum Carantana met vroegmiddeleeuwse vondsten in Molzbichl, het openluchtmuseum [www.Keltenwelt.at Keltenwelt] in Rosegg bij Villach en het Fischerei-Museum in het dorp Seeboden waarin alle vissen van het Meer van Millstatt rondzwemmen.

 
De Weissensee als vervanging voor de Elfstedentocht

Na het oversteken van de Drau voorbij het station van Spittal (560 m) gaat de Rupertiweg als Weg 210 omhoog naar de top van de berg Goldeck (2142 m, eten en slapen in berghutten, pensions en een jeugdherberg). Daarna volgt een lange, maar geleidelijke afdaling naar de Alm Hinterm Brunn boven Neusach aan de Weissensee, het meer waarop de Elfstedentocht wordt verreden wanneer er in Friesland onvoldoende ijs ligt. Rondom het meer liggen tal van dorpjes die [www.Weissensee.com onderdak] bieden. Na de alm maakt de Rupertiweg een grote omweg naar Techendorf, dat met Neusach een langgerekt dorp vormt. De Rupertiweg steekt de Weissensee (934 m) met een brug over en loopt via de Naggler Nock (1324 m) naar Sankt-Lorenzen-im-Gitschtal en Hermagor (602 m). Hermagor is, mede door zijn populariteit onder Italiaanse toeristen, een duur centrum voor toerisme; goedkoop overnachten kun je in het naburige Postran. De route loopt het langgerekte dorp helemaal door en passeert daarbij het trein- en busstation.

Na de spoorbaan te zijn overgestoken richt de Rupertiweg (nu gemarkeerd als weg 410) zich recht naar het zuiden, kruist met een brug de rivier de Gail en kiest na enkele honderden meters een bosweg naar rechts. Na enkele scherpe bochten wordt een bospad naar rechts ingeslagen dat op ruim 1200 m hoogte een andere bosweg bereikt. Die volgt de Rupertiweg naar rechts en op een kruispunt rechtuit maar buigend naar links, terwijl het steeds verder omhoog gaat. Op 1480 m hoogte biedt de Kuhweger Alm eten en drinken, maar geen overnachtingen. Daarvoor dien je verder te stijgen naar de Kuhweger Törl (1914 m) en langzaam af te dalen naar de Watschiger Alm en het Naßfeld op de Italiaanse grens (1530 m). Deze grenspas is het einde van de Rupertiweg. In de omgeving is horeca in alle prijsklassen te vinden.

Het Karinthische gedeelte van de Rupertiweg is ingetekend op de kaarten 225, 221 en 223 van Freytag-Berndt en op de Kompass-kaarten 49 en 60.

Na het eindpuntBewerken

Vanaf het Naßfeld kun je op twee manieren wegkomen (tenzij je een wandelroute langs de grens of in Italië gaat volgen): per kabelbaan of te voet. Voor de kabelbaan zul je de Oostenrijkse Weitwanderweg 403 naar het westen moeten volgen. Terug lopen is het mooist als je kiest voor de route door de Garnitzenklamm naar Hermagor (bij regen wordt het klauterpaadje in deze kloof erg glad). In Hermagor kun je de trein naar Villach nemen; voor de verbindingen naar elk station in Europa en Aziatisch Rusland raadpleeg je best [2]. De Oostenrijkse spoorwegen verzorgen ook een snelle busverbinding met Venetië, dat een internationale luchthaven heeft.

Dit is een gids-artikel. Het bevat een grote hoeveelheid aan goede, kwalitatieve informatie over relevante attracties, uitgaansgelegenheden en hotels. Duik erin en maak het een ster-artikel!


Dit artikel bevat informatie uit het artikel Rupertiweg op Wikipedia. Bekijk de paginageschiedenis daar voor de lijst van auteurs.